Kerkuilen 02-08-2018
De eerste controles van de kerkuilen zitten erop. Wat opvalt is dat het een beduidend slechter jaar is wat betreft het broedsucces in vergelijking met vorig jaar. Op de hogere gronden hebben wij een minimale bezetting van de nestkasten, terwijl op de wat vochtigere lager gelegen gebieden zoals bijv. de polder Mastenbroek het broedsucces en het aantal broedgevallen best goed te noemen is. In De Wijk, Koekange, Broekhuizen en Veendijk hebben wij bijna geen broedgevallen van de kerkuilen. Waarom er zo’n groot verschil is tussen deze regio’s in ons werkgebied is voor ons voorlopig nog een vraag. Natuurlijk ligt het voedselaanbod ten grondslag aan het aantal broedgevallen en grootte van de legsels. Op de hogere zandgronden zal het gemiddelde aantal jongen (exacte aantal weten wij nog niet precies omdat wij nog nestkasten hebben met kleine jongen) per nestkast ook duidelijk lager liggen dan in de polder Mastenbroek.
Tijdens het ringen van kerkuilen is er meestal wel publiek aanwezig. Bij één adres echter werden wij verwelkomt door ongeveer 60 personen. De gastheer van de kerkuilen bleek 40 dienstjaren bij een bedrijf te hebben gewerkt en dit werd bij hem thuis gevierd. Voor ons dus een leuk tijdstip om op dat moment de jonge uilen te ringen. Aan belangstelling dus geen gebrek.

020818kerkuilen